(door een Klantmanager van DPA Sociale Zekerheid)
Het is het streven van het kabinet om op 1 januari 2013 van start te gaan met de nieuwe
Wet werken naar vermogen (WWNV) Hierin moeten de huidige WWB, de WSW en de Wajong ondergebracht worden. Achtergrond van de nieuwe wet is dat het kabinet wil dat iedereen die kan werken ook daadwerkelijk gaat werken. Mensen dienen zoveel mogelijk in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Volgens staatssecretaris
Paul de Krom van Sociale Zaken is ongeveer de helft van de 355.000 mensen die nu een bijstandsuitkering ontvangen in staat om te werken.
Vooruitlopend op de invoering van de WWNV zal naar verwachting al op 1 januari 2012 de WWB ingrijpend worden gewijzigd en zal de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) verdwijnen. De invoering van deze ‘nieuwe’ WWB heeft grote consequenties voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk en levert naar verwachting – ook in de voorbereidende fase – veel extra werk op. Reden voor DPA Sociale Zekerheid om al haar medewerkers inhoudelijk terdege voor te bereiden op de invoering van de aangepaste wet.
De belangrijkste wijzigingen in de WWB 2012 zijn:
- Bijstand voor inwonenden verdwijnt. Er komt een toets op het huishoudinkomen en vermogen. Alle gezinsleden (ongeacht het aantal) moeten samen bijstand aanvragen;
- Een groter deel van het inkomen uit studiefinanciering wordt gekort op de uitkering;
- In ruil voor het recht op bijstand komt een wettelijke verplichting tot ‘tegenprestatie naar vermogen’ die de gemeente kan opleggen. Gemeenten mogen van cliënten dus verlangen dat er een aantal uur per week gewerkt wordt als tegenprestatie voor de bijstand;
- Het meewerken aan huisbezoeken wordt een verplichting. Niet meewerken leidt hoe dan ook tot afwijzing of beëindiging van de uitkering;
- De Wet Investeren in Jongeren verdwijnt. Jongeren tot 27 jaar die zich melden voor bijstand moeten vervolgens zelf 4 weken naar een baan zoeken (aantoonbaar) en kijken of ze regulier onderwijs kunnen volgen. Pas na die 4 weken kan een aanvraag WWB ingediend worden;
- De wWIK verdwijnt. Kunstenaars die (nog) niet in staat zijn zelf in de kosten van het bestaan te voorzien kunnen een beroep doen op de WWB;
- De vrijstelling van de verplichting om werk te zoeken voor alleenstaande ouders met kinderen tot 5 jaar oud verdwijnt;
- De inkomensvrijlating voor het werken in deeltijd voor alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar oud wordt verruimd;
- Loondispensatie voor mensen die (nog) niet volledig kunnen werken, bijvoorbeeld door een handicap. De werkgever betaalt enkel het salaris voor het deel dat iemand werkelijk kan werken. De overheid vult aan tot een inkomen op het niveau van het minimumloon;
- De tijd die iemand met behoud van bijstand met vakantie mag naar het buitenland wordt voor iedereen ingekort tot 4 weken;
- Er komt een wettelijke inkomensgrens voor gemeentelijk minimabeleid van 110% van de bijstandsnorm;
- Gemeenten moeten de categoriale bijzondere bijstand voor gezinnen met schoolgaande kinderen in een verordening vastleggen;
- Terugvordering van fraudeschulden wordt (opnieuw) een plicht voor de gemeente (vermoedelijk pas per 1 juli 2012);
- Recidiverende fraudeurs worden voor 3 maanden uitgesloten van het recht op bijstand (vermoedelijk pas per 1 juli 2012).
Er is veel kritiek op de reeks wijzigingen. De voornaamste punten van kritiek zijn dat de wet te ingewikkeld en daardoor onuitvoerbaar is en dat de inkomensgevolgen voor de minima in sommige situaties dramatisch zijn. Verder zou met name de invoering van de toets op het huishoudinkomen ongewenste gevolgen hebben (inwonende kinderen die bijvoorbeeld besluiten snel zelfstandig te gaan wonen en vervolgens zelf een beroep doen op bijstand) die eerder zouden leiden tot hogere kosten van de sociale zekerheid in plaats van de beoogde besparingen. Tenslotte bestaat er kritiek op de korte tijdspanne waarbinnen alle wijzigingen zouden moeten worden doorgevoerd.
Het is de vraag of alle gemeenten systeemtechnisch en inhoudelijk al op 1 januari 2012 klaar zullen zijn om alle wijzigingen te kunnen doorvoeren. Dit probeert DPA Sociale Zekerheid uit te zoeken door zoveel mogelijk met gemeenten in gesprek te zijn. Zo gaat de hele normensystematiek op de schop, waarop uitkeringssystemen aangepast zullen moeten worden. Tevens zullen de belangrijkste wijzigingen tijdig gecommuniceerd moeten worden naar bestaande en nieuwe cliënten. Binnen korte tijd zal een groot aantal beslissingen moeten worden genomen. In veel gevallen zal het gaan om beëindigingen. Gezien de grote gevolgen voor cliënten, is het niet helemaal ondenkbaar dat e.e.a. soms zal leiden tot emotionele reacties.
Gemeenten doen er verstandig aan nu al goed na te denken over de wijze waarop zij alle wijzigingen door willen voeren en hoe ze deze willen communiceren. Hoe dan ook zal de hele operatie een zware belasting van de medewerkers opleveren. DPA Sociale Zekerheid kan gemeentelijke organisaties van dienst zijn door de tijdelijke inzet van kundige en zeer ervaren medewerkers op alle niveaus (zoals beleidsmedewerkers, klantmanagers, front officemedewerkers en administratief medewerkers). Zij zijn op de hoogte van inhoud en gevolgen van alle wijzigingen.